Senioren deel 2… ‘t Lichaam in verandering

Alvorens de senioren te onderwerpen aan de toch als pittig bekend staande bokstraining, is het van belang om eerst ‘ns een licht te werpen op de veranderende lichamelijke gesteldheid.

Allereerst wil ik duidelijk maken dat ik een reflectie geef van doorsnee feiten. Niet alleen omdat m’n kennis niet ver genoeg reikt om me aan details te wagen, maar ook omdat ik ‘t een prioriteit vind om mensen zo veilig mogelijk te laten sporten. Risicobeperking m.b.t. blessures e.d. is met name voor senioren één van de belangrijkste zuilen die de training dragen.

Bij het ouder worden ondergaat ons lichaam een aantal veranderingen. Niet van de ene op de andere dag, maar sluipend over de jaren. Afhankelijk van je genen, leef- en beweegpatroon, kan dit per persoon nogal wat verschillen. Als je gezond leeft zullen de veranderingen later en minder ingrijpend optreden, maar niemand heeft ontheffing!

Met het verstrijken van de jaren neemt met name ons spierweefsel af. Niet alleen qua volume, maar ook de tonus (spanning) en het herstellend vermogen.

De stofwisseling (metabolisme) wordt trager, het energieniveau daalt en onze bewegingen worden langzamer. Deze feiten zijn er met name niet alleen debet aan dat we zwaarder worden, maar ook inleveren als het gaat om flexibiliteit, motorische eigenschappen en coördinatie.

Met deze informatie in ‘t achterhoofd is ‘t natuurlijk niet zo dat al de genoemde factoren voor iedereen in dezelfde mate gelden. ‘t Is een goede gewoonte om bij aanmelding van een senior (en uiteraard ieder ander) een informeel gesprekje te houden waarbij zaken als eventuele beperkingen, leefgewoonten en sportieve ervaring aan de orde kunnen komen. Let ook op lichaamshouding, deze kan veel indirecte informatie opleveren.

Wanneer de daadwerkelijke trainingen beginnen is het voor de trainer/instructeur zaak om de nieuwkomer(s) goed te observeren. Een bij aanvang lage trainingsintensiteit is aan te bevelen.

Extra aandacht voor de minder sterke punten, veelal liggen die op conditioneel vlak in samenhang met coördinatie en lenigheid, is een pré. Afwisseling doet de zaak erg goed. Niet te lang eenzijdig belasten, maar variëren. Gunstig voor de motivatie; afwisseling voorkomt sleur en houdt de lessen interessant en stimulerend.

Om bovenstaand verhaal niet af te sluiten met alleen maar zware kost, sluit ik af met wat positiviteit.

Een trainer/instructeur met de nodige ervaring en creativiteit zal z’n lessen met veel plezier gaan ondervinden als hij/zij na verloop van tijd merkt dat z’n pupillen met een groeiend enthousiasme het trainingsprogramma volgen. De deelnemers op hun beurt gaan letterlijk aan den lijve ervaren dat hun conditie, kracht en energiepotentieel vooruit gaan. Het zelfvertrouwen krijgt daarmee een boost en zal zich in hun omgeving merkbaar maken. Mond-tot-mondreclame werkt effectiever met een levend voorbeeld en zal anderen sneller over de streep trekken. Goed voor de club, goed voor de sport!

Doe wat je doen moet en doe ‘t goed!

Geert Gielissen.