Meldpunt doping belangrijk voor iedereen


Sinds 1 juli 2016 beschikt de Dopingautoriteit over een Meldpunt Doping, waar
vertrouwelijk informatie kan worden gegeven over dopingovertredingen, zoals
dopinggebruik of dopinghandel. Dit kan op naam, maar ook anoniem. Op de
website van de Dopingautoriteit is verdere informatie over het Meldpunt te
vinden: http://www.dopingautoriteit.nl/dopingcontroles/meldpunt.

De opsporing van dopingovertredingen is belangrijk voor alle sporters die op een eerlijke
manier hun sportprestaties leveren, en voor de sport als geheel. De informatie van
sporters en andere bij de sport betrokken personen is daarbij belangrijk. Dergelijke
informatie kan inzicht geven in gebruikte middelen en methoden, bijdragen aan het
bewijs in een dopingzaak, en de Dopingautoriteit helpen bij het plannen van
dopingcontroles en het uitvoeren van nader onderzoek.

Een aantal grote dopingzaken in het buitenland, zoals de BALCO-affaire, de Lance
Armstrong-zaak, de problemen in Rusland en de problemen in de internationale
atletiekwereld, kon alleen worden aangepakt dankzij de medewerking van sporters,
begeleiders en anderen. Veel buitenlandse/internationale sportfederaties en anti-
dopingorganisaties kennen tegenwoordig dan ook een Meldpunt, en ook het Wereld
Anti Doping Agentschap heeft onlangs een “Speak Up”-platform gelanceerd.

De Meldingen

In 2016 werd er bij de Dopingautoriteit 25 maal melding gedaan van mogelijke
dopingovertredingen, wat een verdrievoudiging betekende ten opzichte van 2015.
De meldingen betroffen 13 verschillende sporten, en de meldingen waren afkomstig
van verschillende bronnen: (mede)sporter, begeleider, sportbond, het Vertrouwenspunt
sport van NOC*NSF, en buitenlandse organisaties. Vanaf juli 2016 kwamen de meldingen
ook bij het Meldpunt Doping binnen, al bleven melders ook gebruik maken van andere
telefoonnummers en e-mail adressen van de Dopingautoriteit. Dit gebeurde deel op
naam, en deels anoniem.

In 13 gevallen betrof het vermoedens van dopinggebruik, in twee gevallen vermoedens
van manipulatie, in twee gevallen het vermoeden van toediening, in één geval het
vermoeden van het faciliteren van dopinggebruik, en in twee gevallen het vermoeden
van handel in doping. In vijf gevallen betrof het een melding betreffende gedrag dat
geen dopingovertreding vormt (zoals het gebruik van drugs buiten wedstrijdverband).

Alle meldingen betreffende mogelijke dopingovertredingen werden nader onderzocht.
op basis van de meldingen werd –voor zover relevant- per geval een teststrategie
uitgestippeld, en/of werden besluiten genomen over verdere informatievergaring.
In geen enkel geval vormde een melding op zichzelf voldoende bewijs om een
tuchtzaak op te kunnen baseren. In een aantal gevallen werd de informatie
uiteindelijk toegevoegd aan tuchtrechtelijke dossiers. In andere gevallen werd
het meldingsdossier gesloten. Een deel van de verkregen informatie speelt een rol in
lopende onderzoeken.