Helft Nederlanders wil meer sporten

Een kwart van de Nederlanders wil een andere of nieuwe sport gaan beoefenen en 16 procent heeft interesse dit bij een andere sportaanbieder te doen. Dit blijkt uit het maandelijks onderzoek dat GfK in opdracht van NOC*NSF verricht. De NOC*NSF Sportdeelname Index stond in mei op 146. Dat is een daling van 15 punten ten opzichte van april, toen de index een recordhoogte had bereikt. Maandelijks onderzoekt GfK in opdracht van NOC*NSF de sportdeelname in Nederland door ruim 3000 mensen hierover te bevragen. Uit de meest recente cijfers blijkt dat vooral mensen in de leeftijdscategorie 19-44 jaar en hoger opgeleiden in de nabije toekomst vaker willen sporten dan in de afgelopen twaalf maanden. Mensen die vaker andere, nieuwe sporten willen beoefenen zijn 5-30 jarigen en hoger opgeleiden.

Uit het onderzoek blijkt verder dat 19 procent van de Nederlanders het moeilijk vindt een sport te vinden die bij hem of haar past. Mannen (61%) en vooral 65-plussers (67%) vinden het vaker gemakkelijk om een sport te vinden die bij hen past. Vrouwen (22%) en personen van 19-30 jaar (25%) geven aan dit moeilijk te vinden. Van de mensen die niet of weinig sporten, geeft ongeveer een derde aan het moeilijk te vinden een sport en/of sportaanbieder te vinden die bij hem of haar past. 29 procent van de Nederlanders boven de 15 jaar is geïnteresseerd in kennismakingslessen in de buurt.

NOC*NSF Sportdeelname Index
De NOC*NSF Sportdeelname Index kwam in mei uit op 146. Dit is een daling ten opzichte van april, toen de index op 161 stond. Van de totale populatie zegt 61 procent de afgelopen maand minimaal vier keer te hebben gesport, tegen 62 procent in april. De verminderde sportdeelname komt in alle leeftijdscategorieën voor, met uitzondering van de groepen 5-12 jaar en 19-30 jaar. Verder vindt de daling vooral plaats onder mannen. Onder vrouwen is een lichte stijging waar te nemen.
Kijken we naar de sportbeoefening op jaarbasis, dan is deze gestegen: in mei 2014 gaf 50 procent van de Nederlandse bevolking aan de afgelopen twaalf maanden 40 maal of vaker te hebben gesport. In mei 2013 lag dit aandeel op 47 procent.
De sporten die in mei 2014 significant meer zijn beoefend door de Nederlanders ten opzichte van mei 2013 zijn, fitness (+220.000) en wielrennen/toerfietsen (+140.000).

“De maandelijkse schommelingen van de NOC*NSF Sportdeelname Index is voor NOC*NSF interessant te volgen”, reageert Erik Lenselink, hoofd Sportontwikkeling bij NOC*NSF. “De meivakantie veroorzaakt een lichte daling aan sportdeelname. Maar een daling zet ons op scherp. Interessant is een vergelijking te maken tussen mei 2013 en mei 2014. De NOC*NSF Sportdeelname Index laat dan een stijging zien van 126 naar 146. Vergelijken we dat ook bij vier keer per maand sporten, dan is er een groei van 2 procent te zien, namelijk van 59 naar 61 procent. De meimaand is dus na een jaar sportiever geworden.”
“Maar het gaat NOC*NSF meer om het volgen van de trends die de maandmetingen steeds meer laten zien,” vervolgt Lenselink. “Bijvoorbeeld dat er met de doelgroep volwassenen – vooral mannen – veel te winnen valt. De sportdeelname is in mei 2014 namelijk gelijk gebleven aan die van mei 2013. Afzettend tegen de trends is dat eigenlijk een lichte daling. Dus werk aan de winkel inzake het stimuleren van mannen om meer te gaan sporten.”

Achmea Sport Index tot 18 jaar
De Achmea Sportindex tot 18 jaar stond in mei 2014 op 131. Dat is een zeer kleine daling in vergelijking met de index van mei 2013, toen deze op 132 stond. 77 procent van de schoolgaande kinderen heeft in mei 2014 minimaal vier keer gesport. In mei 2013 was dat nog 78 procent.