De bond is er voor de clubs en gaat naar de clubs toe

Een cruciaal probleem is in de afgelopen jaren een gebrek aan wisselwerking geweest tussen de Nederlandse boksbond en plaatselijke boksclubs. Wat doet zo’n bond nou precies en wat hebben wij daar aan?, is de gedachte bij veel clubs. Omgekeerd, weet het bestuur van de Boksbond ook niet altijd wat er bij de clubs speelt. Daar moeten we met z’n allen veranderingen in brengen. De bokssport heeft vernieuwing nodig en daarvoor is eendrachtige samenwerking tussen de bond en de clubs dringend noodzakelijk. Met verfrissende ideeën van clubs en bond moeten er meer boksers komen, zowel wedstrijdboksers als recreanten. Verder moeten de internationale betrekkingen aangehaald worden, om het wedstrijdboksen – ook bij wijze van promotie – op een hoger peil te krijgen.

Het bestuur van de bond wil graag meerwaarde laten zien, maar dat kan uitsluitend in goede wisselwerking met de clubs. Die moeten immers het draagvlak leveren. Het bestuur heeft besloten om de noodzakelijke wisselwerking actief te bevorderen door contact te zoeken met de clubs.

Daarom zal het bestuur van de Nederlandse boksbond telkens komen vergaderen bij een van de ruim 70 aangesloten clubs. De club kan dan vertellen welke initiatieven, plannen en gedachten er leven. Op haar beurt kan de bond bij zulke gelegenheden concepten overdragen en de clubbesturen en –trainers informeren over initiatieven, plannen en landelijke ontwikkelingen. Wisselwerking moet dan de rest doen. Het bestuur zal op de site van de bond telkens verslag doen van de vergaderbezoeken.

Ook op andere wijze zal het bestuur contact zoeken met de clubs. Niemand hoeft vreemd op te kijken wanneer – bijvoorbeeld – bestuursvoorzitter Boris van der Vorst een boksschool komt binnenlopen en mee wil gaan trainen. Gewoon sfeer proeven, sportieve wisselwerking zoeken en kennismaken met boksers, trainers, bestuurders en vrijwilligers, en daarbij doorgronden hoe de structuur van een club in elkaar steekt en wat er omgaat bij de geestverwanten in de gezamenlijke sport.
De kloof tussen de clubs en het landelijk bestuur moet verdwijnen. Een verheugend teken in dat verband was de toegenomen deelname van afgevaardigden aan de laatste algemene jaarvergadering in Utrecht. Het bestuur had voorafgaand aan de bijeenkomst een open, inhoudelijke toelichting gegeven op de onderwerpen, met acht bijdragen die naar de leden per mail waren toegestuurd. Het draagt allemaal bij aan de noodzakelijke wisselwerking.

Maar het bestuur gaat nu dus een stap verder. Modern besturen vraagt om ondernemende bestuurders, die er met frisse ideeën en een open instelling op uit trekken en zo actief draagvlak zoeken. De 104 jaar jonge Nederlandse boksbond moet inspiratie en kracht laten zien, als basis voor verdere ontwikkeling. De bond is er voor de clubs en komt daarom naar de clubs toe. Maar graag nodigen we de clubs uit om de omgekeerde weg te bewandelen!